De meesten van jullie weten waarschijnlijk wel dat ik geadopteerd ben. En zo niet, dan weten jullie het nu. Over mijn adoptie worden vaak vragen gesteld, wat ik overigens helemaal niet erg vind. Ik ben er open over en kan het wel waarderen als mensen er oprecht naar vragen. Jullie inspireerden mij in ieder geval om er eens over te schrijven.
Ik kom namelijk uit India, een prachtig land met grootse verschillen. Zo barst de ene kant van de stad van de welvaart, maar verrijst een paar meter verderop een sloppenwijk. Overal zijn uiteraard verschillen in armoede en rijkdom, maar in India is het wel erg nadrukkelijk aanwezig.
Wat ook (nog steeds) nadrukkelijk aanwezig is, is het kastenstelsel. Het kastenstelsel is een maatschappelijk en sociaal systeem dat je een ‘status’ verleend aan de hand van je beroep en familie. Officieel is het kastenstelsel in 1949 al afgeschaft. Maar iets wat al eeuwen in de samenleving zit, krijg je er niet zomaar uit. Zo’n 20 jaar geleden heerste het kastenstelsel namelijk ook nog steeds over de Indiase maatschappij.
Mijn biologische ouders behoorden op dat moment tot de laagste kaste, ook wel de ‘onreinen’ genoemd. Een goede kans hadden en kregen zij dus al niet in de samenleving. Daarnaast waren er in die tijd vele regels, waarvan dit er twee waren/zijn:
1. Geen kinderen voor het huwelijk.
2. Meisjes zijn niks waard en kosten alleen maar geld.
Met dit in het achterhoofd ga ik eens naar de situatie van mijn biologische ouders kijken:
Hadden ze een kind? Ja.
Was het een meisje? Ja.
Waren ze getrouwd? Nee.
Hadden ze op sociaal en maatschappelijk gebied een vinger in de pap? Nee.
Conclusie: stront aan de knikker.
Zo simpel kan het leven soms zijn. Uiteraard was het niet zo simpel. Wat doe je als je zo’n klein, krijsend wezen (goh, niks veranderd…) op de wereld zet dat er volgens de regels eigenlijk niet eens mag zijn? Dan heb je een aantal keuzes:
1. Je voert het kind aan de wilde beesten. Of, als je wat minder dapper bent aangelegd; je laat het kind ergens achter voor de wilde beesten.
2. Je stopt het kind in een (vuilnis)zak en dumpt deze langs een weg of in een greppel.
3. Je verbrandt het kind. Cremeren is hier niet helemaal het juiste woord, aangezien je dat doet met iemand die al dood is…
4. Je geeft het kind weg.
Nu zullen er ongetwijfeld mensen zijn die mij kennen en denken: Ja hoor, ze is weer bezig met haar sarcastische verhalen.’ Maar ik zal jullie vertellen, dit gebeurt echt… Ik schrijf het inderdaad op met een flinke dosis sarcasme. Maar ik doe dat omdat de gruwelijke werkelijkheid zelf bijna niet te bevatten is. Ik heb het ooit op de radio voorbij horen komen: “In een dorp in India is een zak met babylijkjes gevonden. Het bleken allemaal meisjes te zijn.”
Dat doet iets met een mens. En dat doet zeker iets met mij. Dat had ik namelijk ook kunnen zijn en dat besef ik ook heel goed. Ik had tussen de kaken van een wild beest kunnen eindigen, op de brandstapel of in een zak langs een verlaten weg. Maar het liep anders. Mijn ouders hebben namelijk voor de laatste optie gekozen. Zij hebben mij weggegeven. Alhoewel, weggegeven vind ik geen mooi woord. Afgestaan. Mijn ouders hebben mij afgestaan, in de hoop dat ik ergens anders wel leven zou kunnen krijgen. En dat is ze gelukt.
Helaas zijn er ook ontzettend veel meisjes in India die onder deze omstandigheden geboren worden en niet de kansen krijgen die ik gehad heb. En daardoor wel als optie 1, 2 of 3 eindigen. Soms sta ik hier wel eens bij stil. Want kunnen leven is niet vanzelfsprekend. En echte liefde al helemaal niet…