Ik ging waar zij ook gingen. Ik liep waar zij ook liepen. Ik leefde, daar waar zij het licht nooit meer zagen. En ik keerde terug, van daar waar hun zielen nu nog steeds rusten…
Vroeg in de ochtend. Ondanks het vroege tijdstip zijn we redelijk wakker en is de stemming goed. Maar naarmate we dichter bij onze bestemming komen, merk ik dat ik stiller word. Op het moment dat we het bord ‘Oświeçem’ passeren gebeurt er iets. Het kippenvel staat op mijn armen. Niet alleen omdat ik het zelf ineens koud krijg, maar ook omdat precies op dat moment de wolken voor de zon schuiven, na een compleet zonnige rit. We zijn er.
Het is een eindje lopen en in eerste instantie moet ik hem nog even zoeken. Maar dan staat hij er. In vol ornaat en nog angstaanjagender dan in mijn verbeelding: ‘Arbeit macht frei’. Mijn hart slaat een slag over en terwijl ik onder de poort door loop, weet ik dat dit niet het enige schokkende is wat ik ga zien vandaag. En het laatste ook niet. Dit besef komt keihard binnen op het moment dat ik blok 17 inloop. Rij na rij opgezet, afgezet met prikkeldraad. De originele kleding die de gevangenen droegen tijdens hun lijdensweg. Voorover gezet in de houding waarin ze liepen en op de rug verbleekt door de dagen die ze buiten aan het werk doorbrachten. De camera blijft ongebruikt op mijn borst hangen.
Ook de volgende barak laat de waarheid in volle heftigheid zien. Mijn adem stokt in mijn keel en de tranen schieten in mijn ogen. Schoenen. Overal waar ik kijk zie ik schoenen. Tot aan de nok toe vol zijn beide wanden gevuld met het schoeisel van mensen die nu niet meer leven. Op een hoop gegooid en nu dienstdoende als het visuele bewijs van de gruwelijkheden die hier hebben plaatsgevonden. En het houdt niet op. De volgende ruimte bevat net zo’n wand, nu met schoenen die half zo groot zijn als de exemplaren hiervoor. Langs de wand met kinderkleertjes versnel ik mijn pas. Ik kan het amper aanzien en ook hier blijft de camera onaangeroerd.
De dodenmuur. Daar staat hij, nog fier overeind, tussen blok 10 en dodenblok 11. Duizenden mensen hebben hier de dood in de ogen gekeken. En hier de dood gevonden. Uit respect neem ik geen foto’s van de muur, maar hou ik de camera naar de grond gericht. De grond die gewassen is met het bloed van onschuldige mensen en die nooit meer schoon zal worden.
We sluiten het eerste deel af met een bezoek aan de gaskamers en het crematorium. De schoorsteen steekt van verre al boven de heuvel uit. Ik loop door de deur en lees de tekst op het bord voor de ingang. “You are in a building where the SS has murdered thousands of people. Please maintain silence here: remember there suffering and show respect for their members.” Ik loop de hoek om en dan sta ik er: de gaskamer. De openingen waar het gas uitkwam zijn nog intact en kijken vanuit het plafond op ons neer. Hier zijn ook geen woorden voor…
De aangrenzende kamer bevat de verbrandingsovens. Ze zijn smal, smaller dan ik had verwacht. Maar de foto’s van de lichamen die ik in de barakken heb gezien, verklaren deze afmetingen. Moe, vuil, sterk vermagerd en wanhopig verlieten duizenden mensen hier deze gruwelijke wereld. Mogen zij rusten in vrede.
We sluiten deze ervaring af met bezoek aan Birkenau, het minder bekende concentratiekamp vlakbij Auschwitz. Dit kamp is een stuk kleiner, maar heeft toch de meeste slachtoffers gemaakt. De beroemde rails onder de poort zijn hiervan het bewijs. De borden spreken voor zich: 75% van de aangekomen mensen overleefde de eerst selectie niet en werden rechtstreeks van de trein naar de gaskamers gebracht…
Terwijl we rondlopen valt mij op hoe beklemmend de sfeer hier is. In Auschwitz waren het de vele, gruwelijke overblijfselen die de sfeer bepaalden, hier spreken de stilte en het gebrek aan materiaal. Het grootste deel van de gebouwen zijn vernietigd, maar de ruïnes liegen niet. Dit was het grootste moordgebied van Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stilte grijpt me aan. Er is niks te horen, behalve je eigen voetstappen. Zelfs de vogels lijken te weten wat zich hier heeft afgespeeld. De lucht is en blijft leeg…
Aan het eind van de rails draai ik me om en probeer de gruwelijkheid tot me door te laten dringen. Ook hier lukt me dat niet. Zelfs de asvijver lijkt onwerkelijk en onvoorstelbaar. Mijn camera vangt een vlinder die op het blok zit waar de rails stopt. Het symbool van de vrijheid op een plek waar mensen hun leven werd afgenomen… De beste foto van die dag. De hitte en de indrukken van die dag eisen zijn tol. Onderhand voel ik me gesloopt en het gebrek aan schaduw zorgt ervoor dat mijn passen steeds zwaarder worden.
Ik denk aan de gevangenen die met dit weer zich (bijna) dood moesten werken en ben toch “blij” dat ik deze ervaring heb gehad. Ik zal nog nachten slecht slapen en de beelden staan op mijn netvlies gegrift. Maar heeft mij ook laten zien dat het niet vanzelfsprekend is om vrij te zijn. Ik weet al precies waar ik de volgende Dodenherdenking aan zal denken…