Gisterenavond heb ik de laatste resten gelpolish verwijderd van mijn nagels. Voor degene die nu denken “Gelpolish, kun je dat eten?” even een korte uitleg: gelpolish is nagellak met een verhard gellaagje. Dit blijft erg goed zitten. Soms iets te goed, waardoor je het niet eraf krijgt en de vijl erbij moet pakken. Ik heb op dit moment van mijzelf best lange nagels, dus ik deed mijn best om het zo netjes mogelijk te doen.
Toen ik klaar was, zag ik hoe lelijk mijn nagels eigenlijk zijn. Door het stevige en vooral luchtdichte laagje zijn ze erg dun en broos geworden. Niet bepaald een sieraad voor mijn handen. Dus werd het tijd voor de nagelknipper. De lelijke randen zijn nu weg. Het ziet er nog steeds niet echt mooi uit, maar het kan nu weer mooi opnieuw aangroeien.
Natuurlijk ben ik hier niet zomaar een beetje over mijn nagelrituelen aan het vertellen. Ik zie namelijk gelijkenissen met het dagelijks leven. Sommige (levens van) mensen zien er vanaf een afstandje fantastisch uit. Mooi gepolijst en een plaatje om te zien. Maar op het moment dat dit laagje wegvalt of weggehaald wordt, blijft er weinig meer over. Het mooie wordt grauw, blijheid wordt verdriet of de grote vriendengroep wordt een eenzame berg. Soms is niets wat het lijkt…
De mensen die zo leven hebben vaak ook een laagje om zich heen opgebouwd. Ze zijn bang dat anderen hen zonder dat laagje niet mooi of goed vinden, dus laten het laagje te lang zitten. Hier gaat datgene wat onder het laagje zit onder lijden. Het wordt broos, vertoont scheuren en wordt na verloop van tijd steeds dunner. Maar op het moment dat deze laag wegvalt, worden ze gedwongen om naar zichzelf te kijken.
Ze worden geconfronteerd met de minder mooie dingen en moeten zelf beslissen wat ze met de scheuren doen. Verstop je jezelf weer onder een nieuw laagje of maak je korte metten met je minder mooie kant? Blijf je je schamen of ga je ervoor? De keuze is aan jou… 😉
Het is even wennen zo met deze korte nagels. Maar ik kijk nu alweer uit naar de tijd dat ze weer sterk en lang zijn!